Oppervlakte rechthoek

Een rechthoek is een tweedimensionaal meetkundig figuur met vier zijden en rechte hoeken tussen elk van die zijden.
Twee overliggende zijden zijn altijd even lang.

Oppervlakte = lengte x breedte
Omtrek = 2 x (lengte + breedte)

Om de oppervlakte van een rechthoek te berekenen, wordt de lengte met de breedte vermenigvuldigd Oppervlakte = lengte x breedte
Voorbeeld:
Oppervlakte rechthoek
Gegeven is een rechthoek met b = 2 cm en h = 3 cm
​oppervlakte rechthoek = 3 cm x 2 cm
oppervlakte rechthoek = 6 cm²




Om de omtrek van een rechthoek te berekenen tel je de 2 korte en lange zijden bij elkaar op :
omtrek rechthoek = 2 x (lengte + breedte)
omtrek rechthoek  = 2 x 5 cm omtrek rechthoek = 10 cm

Eigenschappen van rechthoek

  • tegenoverliggende zijden zijn evenwijdig
  • tegenoverliggende zijden zijn even lang
  • in een rechthoek zijn de middelloodlijnen van de zijden symmetrieassen
  • alle hoeken zijn recht

Opmerking:
Alle metingen moeten worden uitgedrukt in dezelfde eenheid

Een rechthoek is een parallellogram, want hij heeft steeds twee paar evenwijdige zijden. De eigenschappen van een parallellogram gelden dus ook voor een rechthoek.
Verschil tussen vierkant en rechthoek: Een vierkant net als een rechthoek hebben beide vier rechte hoeken.
Bij een vierkant zijn alle zijden echter even lang. Bij een rechthoek hoeft dit niet het geval te zijn maar het mag wel.
Een vierkant is dus altijd een rechthoek, maar niet elke rechthoek is een vierkant!