Oppervlakte cilinder

Een Cilinder is een meetkundige vorm met een cirkelvormig grondvlak met een gelijkblijvende doorsnede.

Oppervlakte = 2 x π x r x(r + h)
Inhoud = π x r² x h

hoe bereken je de oppervlakte van een cilinder?
De oppervlakte is de omtrek van de cirkel vermenigvuldigd met de hoogte van de cilinder:
​oppervlakte cilinder = 2 x π x r x(r + h)

Voorbeeld 1:
Inhoud cilinder
Gegeven is een cilinder met  r = 2 cm en de hoogte van de cilinder h = 4 cm
oppervlakte cilinder = 2 x 3,14 x 2 cm x(2 cm + 4 cm)
oppervlakte cilinder = 12,56 cm x 6 cm
oppervlakte cilinder = 75,36 cm²




hoe bereken je de Inhoud van een cilinder?
Om de inhoud van een cilinder te berekenen, bepalen we eerst de oppervlakte van het grondvlak cirkel en vermenigvuldigen deze  met de hoogte van de cilinder:
Inhoud cilinder = π x r² x h

Voorbeeld 2:

Gegeven is dezelfde cilinder uit voorbeeld 1 met r = 2 cm en h = 4 cm

inhoud cilinder = 3,14 x (2 cm)² x 4 cm = 3,14 x 4 cm² x 4 cm
inhoud cilinder = 50,24 cm³

Eigenschappen van een cilinder
Een cilinder heeft boven en onder een cirkel, die allebei grondvlak kunnen zijn.
De oppervlakte van een cilinder is de som van  2 cirkels: bovenvlak en grondvlak plus de rechthoekig zijvlak met als lengte de omtrek van de cilinder en als breedte de hoogte van de cilinder.
De hoogte van een cilinder is de afstand tussen de cirkelvormige uiteinden.

Opmerking: Alle metingen moeten worden uitgedrukt in dezelfde eenheid π ≈ 3,14